site joep zander


Piramide


Uitgewerkte tekst van een interview met Margriet Maas

De piramide, die ik samen met iemand anders maakte was eigenlijk geïnspireerd door Indonesische duiveltjes. Het was in 1992, ik zat op de kunstacademie (AKI)

Ik maakte de piramide met een Moluks klasgenoot(W). Hij heeft zijn achtergrond en geschiedenis in die cultuur, en gelooft daar ook in. Een cultuur die mystieke betekenis toekent aan allerlei gebeurtenissen; een volksgeloof. Zo is er bijvoorbeeld een stoel waar je, als je erop gaat zitten diarree van krijgt.De Molukse cultuur kent ook een soort van rituele bewaker aan het huis, die beschermt tegen geesten.

De piramide kwam voort uit een project van kunstgeschiedenis van E., een docent van de opleiding. Er moest een referaat gehouden worden. Dit heb ik samen met W gedaan. Als onderwerp namen we de functies van kunst, en dat bezien vanuit het lesthema: De invloed van primitieve op moderne kunst. Aan de hand van die invloed van de primitieve kunst wilden we de functies belichten die kunst kan hebben.

Het verschil van de primitieve ten opzichte van de moderne kunst is dat er in de primitieve kunst een extra dimensie aanwezig is.(Ik denk hier benoemen wat die functie is, het geloof wat ermee samen hangt, de mystieke functie) Een toegevoegde functie als het ware. Deze functie staat niet als een grootheid op zich, neemt geen aparte positie in, maar is deel van het geheel.

Wat waren de verbanden daartussen? Is er iets hiervan overgedragen naar de moderne kunst? Dat vroegen wij ons af. We wilden niet alleen een referaat houden, maar met dit gegeven ook een experiment doen. We wilden iets laten gebeuren, we wilden via dat experiment iets vastleggen.

We kwamen op het idee om een piramide te maken, van plaat en blik, met sprieten erop van ijzer. Het idee was dat het vooral een verbinding moest hebben. Een verbinding met volkskunst en graffiti, maar ook met vandalisme. Kunst die zou oproepen om je emotioneel uit te drukken. Kunst die zou uitnodigen tot actie. Als we de piramide ergens zouden neerzetten - wat we uiteindelijk wilden - kon er aan worden getrokken of tegen geschopt.

We gingen aan het werk in de metaalwerkplaats van school. Vanwege het budget was het moeilijk overdag te werken, dat moest dus 's avonds gebeuren. De assistent had toestemming gegeven om vier platen te gebruiken, nodig voor de vier vlakken van de piramide. De avondassistent, een ander dan degene die toestemming had gegeven, beschuldigde mij ervan dat ik nòg een plaat had gebruikt en wel zonder toestemming. Er ontstond een vervelende discussie, en deze man beschuldigde me van diefstal van die plaat.

Daarbij was de verhouding tussen hem en mij al moeizaam, omdat ik ooit een stuk staal had gebruikt, wat eigenlijk voor iets anders was bedoeld. Maar waarvoor het was bedoeld, dat bleef destijds een beetje duister. Ik heb toen aangeboden het staal terug te betalen, maar dat mocht niet. De situatie die nu ontstond, voelde eigenlijk hetzelfde. Er werd iets op mij geprojecteerd, wat niet klopte. W. kwam voor me op en vond het onterecht dat de assistent alleen mij beschuldigde. Het conflict liep hoog op, tot bijna aan de onderdirecteur toe.

W. en ik konden alleen maar concluderen dat we hier niets mee konden. De assistent had van mij gezegd, dat hij me niet vertrouwde. Hij haalde erbij dat ik als kunstenaar zomaar rondliep in die lokalen, daarbij teveel ruimte innam als persoon, te zelfverzekerd was. Hij schreef het toe aan zijn mensenkennis dat hij me niet kon vertrouwen. Ik zat er toch wel mee. Maar toen ik de dag erna iets moest hebben in die werkplaats, was het probleem blijkbaar helemaal opgelost.

De piramide was inmiddels helemaal in elkaar gezet, met een ketting eraan vastgelast.

Het stond vervolgens een tijdje in het atelier.

Ik ging in die tijd verhuizen en was op zoek naar een vloerkleed in Apeldoorn, op de markt. Ik kwam iets geschikts tegen, maar ik had niet genoeg geld bij me. Ik vroeg of ze het konden achterhouden maar de marktkoopman zei: Ik heb wel mensenkennis, ik vertrouw jou wel, neem het maar mee en kom het later betalen.

Dat was in mijn ogen erg frappant, zo vlak achter elkaar die twee mensen, die in precies dezelfde bewoordingen het tegenovergestelde over mij zeiden. Het leek bijna een letterlijke betekenis die bij mij hoorde, die ik meedroeg in mezelf. Weliswaar met een verschillende betekenis - wel of niet te vertrouwen zijn - maar met toch steeds datzelfde achterliggende thema.

Over de piramide had ik met een aantal mensen een discussie. Het idee werd geboren om via de krant een soort roddelreactie op gang te brengen. We zouden de piramide bij het station plaatsen en er brieven over schrijven naar de krant. Zo zouden we kunnen zien wat er gebeurde, en misschien iets kunnen concluderen over de functie van dit kunstwerk.

Voor het referaat hadden we al een driedeling gemaakt over drie functies van kunst:

1. De materiële functie.

2. De emotionele functie.

3. De spirituele functie.

Vooral in het materiële zagen we wat, omdat de piramide nu als een soort baken functioneren zou. Een duidelijke, fysieke plek, met daarbij de verwijzing (vermeend) naar iets anders. Waarom staat het juist daar? Dat soort vragen verwachtten we. Daarnaast speelde die emotionele functie een rol, omdat we verwachtten dat het zou uitnodigen tot vandalisme of graffiti.

We hadden er een discussie over. R., een van de mensen met wie de discussie plaatsvond, zei: "In de mystieke functie zou het bijvoorbeeld een bescherming tegen fietsdiefstallen kunnen zijn." Zoals in primitieve kunst voorwerpen ook vaak een beschermende functie hebben.

We hebben de piramide achter het station neergezet. Het was winter. We hebben het aan de fietsenstalling vastgeketend, met de ketting met een slot eraan. Ik dacht, ik moet er foto's van maken. Op maandag wilde ik dat doen, maar bleek het te donker, het was te laat. Ik dacht toch moet ik dat nu doen, anders kan hij wel eens weg zijn. Dus heb ik nog gauw tijdsopnamen gemaakt en diezelfde avond ben ik naar de academie gegaan. De volgende dag, dinsdag, heb ik de piramide overdag gefotografeerd met een ander toestel. Een kleine handcamera deze keer. En weer moest ik 's avonds naar de academie. Woensdagavond, ik had kunstgeschiedenis op de academie, heb ik mijn jas in de collegezaal laten hangen met het toestel in de jaszak. De handcamera is toen gestolen.

Diezelfde ochtend was ik bij W. geweest, om te vragen of ze het stukje voor de krant al had geschreven? Nee, want ze moest de piramide nog komen bekijken. Op de terugweg van haar huis naar mijn huis bleek de piramide echter verdwenen te zijn. Er lagen alleen nog wat schakeltjes van de ketting. Terwijl de piramide op de heenweg er nog stond.

Het was totaal anders gelopen als we gedacht hadden. De piramide had niet uitgenodigd tot vandalisme, zoals wij verwachtten. De functie van emotioneel uitleven, de tweede functie was er dus niet in terug te vinden.

Intussen deed ik aangifte van de diefstal van de fotocamera. Ik vroeg me af of ik eerlijk zou vertellen dat ik mijn jas had laten hangen? Het zou misschien niet veel opleveren. Maar het schoot als een flits door me heen, dat als ik zelf niet eerlijk zou zijn, de camera ook niet terug zou komen. Ik heb de politie gebeld en heb verteld hoe het was gegaan. Zij zeiden me langs te komen om het typenummer door te geven. Een kwartier later belden ze mij terug. Het toestel was gevonden, ze hadden iemand opgepakt. Zelfs het rolletje zat er nog in. Dit had ik werkelijk nooit verwacht.

Ik kon alleen maar de conclusie trekken dat dit alles toch allemaal te maken had met diefstal en met vertrouwen. Dat thema kwam overal terug en leek te zijn verbonden met de piramide. Blijkbaar had met die piramide een andere functie, een ander niveau misschien, dan het emotionele. Ik moest denken aan het huis waar ik woon, daar heeft vroeger een dief gewoond, was er hier misschien sprake van een soort huisgeest?

Ik moest ook denken aan de opmerking van W.; de bescherming tegen fietsendiefstal die de piramide zou geven. De beschermende functie die de piramide misschien had. Ik heb de diefstal van de piramide verder niet meer gemeld bij de gemeente.

Het thema diefstal bleef echter een rol spelen. Geruime tijd later werd er ingebroken in mijn huis en daarbij werd veel meegenomen. De videorecorder en de tv., geld, en ook 2 fototoestellen, waaronder die kleine camera waarin nog altijd dat rolletje zat. En ook toen kwam dat rolletje weer terug. Voor de tweede keer dus nu.

Voor mezelf maakte ik een vergelijking. Bij die piramide had ik meer het emotionele aspect verwacht, terwijl ik bij die blauwe bollen van die schilderijen juist meer het spirituele verwachtte. Nu bleek het eigenlijk andersom te zijn. Die wonderbaarlijke terugkeer van dat fotorolletje paste voor mij meer bij het spirituele. Bij de functie die primitieve kunst ook heeft, beschermend tegen iets boosaardigs. De oorsprong van het idee voor de piramide was ook meer spiritueel, dat was wel zo, het idee van die Indonesische duiveltjes lag eraan ten grondslag. Maar mij leek de vorm van de blauwe bollen als beeld voor zuivering toch ook heel spiritueel.

De ketting van de piramide, waarmee die vastlag, lijkt mij duidelijk materieel. We hadden vernieling verwacht, maar niet dat die zich zou richten op het meest kwetsbare van het materiële, namelijk de ketting."

zie voor de geschiedenis van de piramide

tegenvoetsporen acties van mij mail mij zoek op deze site ik vader klik hier voor dossier publikaties Joep Zander vaders en zorg positieve linken internetkunstdossier van Joep Zander internetkunstdossier van Joep Zander homepage Joep Zander
klik hier! >>
joepzander.nl

Last Updated http://joepzander.nl/bio.htm : zie ook de andere pagina's