other publications of Joep Zander

Sociaal-democratie en vaders in Nederland


Onderhandelen in de plooien van het kanten gordijn


  • Engelse versie van dit artikel zoals gepubliceerd in In search of Fatherhood

    Bezetting


    Op 20 november 2000 deden een 30-tal vaders een poging het hoofdkantoor van de Partij van de Arbeid in Amsterdam te bezetten. Ze willen dat deze partij meer aandacht gaat besteden aan het belang dat vaders hebben voor een kind. Ze braken een lans voor ongehinderd bezoekrecht en gezamenlijke zorgverantwoordelijkheid van mannen en vrouwen.


    De actie leidde tot een serie onderhandelingen met alle niveau’s van de partij, het organiseren van een gezamenlijke conferentie en nieuwe standpunten in het verkiezingsprogramma. Hieronder een korte bespreking van de gang van zaken en een poging tot analyse.


    De PvdA is van oudsher een partij die haar basis zocht in de arbeidende klasse en momenteel de grootste politieke partij van Nederland. Ze levert momenteel de regeringsleider. De partij is gegrondvest op een aantal socialistische gedachten. De socialistische gedachten zijn de laatste jaren wat afgezwakt maar het feminisme heeft de partij in de laatste decennia een belangrijke ideologische tweede basis gegeven. Dat feminisme ging zoals overal gepaard met een aantal dubbelzinnigheden over de positie van vaders. Een theoretische optie voor meer betrokkenheid van vaders naast een praktische gerichtheid op het uitsluiten van vaders.

    De politieke betrokkenheid bij vaderproblematiek was tot nu toe helaas bijna uitsluitend bij z.g. rechtse partijen te bespeuren. Reden waarom het genoemde actiecomité het PvdA-bureau als doelwit had uitgekozen. De bezetting lukte uiteindelijk niet. Wel werd een ochtend lang de toegang tot het bureau door het comité geblokkeerd.


    Afspraken


    Tijdens de bezetting werden er onderhandelingen gevoerd met een parlementslid van de partij en managers van de bureauorganisatie. Familiebeleid is binnen de partij met name een onderwerp van de vrouwenorganisatie. Deze was dan ook bij de discussies betrokken. Centraal in de discussie stonden de uitgangspunten van de verklaring van Langeac. Er werd afgesproken te streven naar kamervragen een door de partij te organiseren conferentie over het onderwerp in samenwerking met het comité en aandacht in de partijpers en zo mogelijk aan de partij verwante media. Tevens werd toegezegd dat de spandoeken nog een week aan de gevel van het partijbureau mochten blijven hangen. Twee van de vier leden van het organiserende comité vonden dit niet voldoende om de blokkade op te heffen. De meerderheid van de 30 deelnemers aan de actie vond echter dat de partij de “benefit of the doubt” kon worden gegund. Doordat het spectaculaire een beetje aan de actie was ontvallen was de aanvankelijk grote aandacht van de media voor de vroeg-uit de veren-actie nogal verwaterd. Daardoor was er in eerste instantie weinig van in de media terug te vinden. Wel was er extra aandacht voor wat zich verder ontwikkelde in discussieprogramma’s en achtergrondrubrieken.


    Onderhandelingen


    Voornamelijk door gebrek aan lef en inzicht bij de kamerleden kwam er ondanks herhaalde vervolggesprekken weinig terecht van de beloofde kamervragen over bijvoorbeeld het Ouderverstotingssyndroom (Parental Alienation Syndroom). Bij de vertegenwoordigers van de bureauorganisatie was het inzicht in de problematiek veel prominenter aanwezig. De betrokkenheid van deze vrouwen leidde ertoe dat de geplande conferentie uiteindelijk werd medegeorganiseerd door de PvdA-vrouwen. In mei 2001 werd uiteindelijk een conferentie georganiseerd door de sociaal-democratische vrouwenorganisatie in samenwerking met het actiecomite. In de uitnodiging van die conferentie stonden onder andere de volgende veelzeggende zinnen: “Kortom, enerzijds wordt er een maatschappelijk beroep gedaan op mannen om meer zorgtaken te verrichten, anderzijds worden zij in geval van echtscheiding niet erkend als (zorg)verantwoordelijke ouder.” enDe huidige praktijk van het familierecht brengt velen van hen in de verdrukking, met name in gevallen waarin ze ineens een ouder (meestal de vader) volledig moeten missen, met alle traumatische gevolgen van dien.” en “Het is opmerkelijk dat in geval van (echt)scheiding, er een terugval lijkt te zijn in de traditionele opvattingen over de verdeling van zorg en arbeid. Moeders zien zichzelf en worden gezien als de primaire verzorgers en wensen geen afstand te doen van hun 'zorgkapitaal'.”

    Deze opmerkelijke zinnen zijn tot nu toe waarschijnlijk zelden of nooit gehoord vanuit een main-stream sociaal-democratische vrouwenorganisatie. De onderhandelingsdelegatie van het comite kon ondanks de povere praktische resultaten bogen op een interessant theoretisch resultaat. Gepoogd werd om in de conferentie conform het bovenstaande de politiek correcte streven naar vergroting van zorgbetrokkenheid van vaders te verbinden met de zeer magere rechten van vaders en hun kinderen op “familylife” en de praktijk van regelrechte vaderdiscriminatie en politieke repressie van de vaderbeweging zoals die, niet bij uitstek maar wel met name, in Nederland voorkomt. De workshop die met name deze twee zaken had moeten verbinden leidde echter schipbreuk vanwege de terechte aandacht van de deelnemende vaders voor de strikt juridische onderwerpen en de workshop over PAS. We hadden met name uit de kringen van de PvdA nogal wat deelname verwacht voor deze workshop. De mobilisatiekracht van het PvdA bureau naar de achterban was echter zeer klein. Omdat we er bewust voor kozen om de conferentie niet al te zeer te laten overheersen door aanwezige vaders leidde dit sowieso tot een wat mager bezochte conferentie.


    Theorie en praktijk


    In de loop van het proces hebben wij er een aantal malen op gewezen dat de kans groot is dat de groep onderhandelaars ergens zouden stuiten op de hare weerstand van de praktijk. Dit was voor de mensen van het bureau echter niet te plaatsen. Als wij uitlegden dat zelfs voorstellen voor het wettelijk invoeren van een standaard gelijke verdeling van zorg en verantwoordelijkheid tussen mannen en vrouwen (50-50 tenzij onderling anders geregeld) in Nieuw Zeeland onder andere door de tegenwerking van vrouwenorganisaties en de sociaaldemocraten niet konden worden aangenomen was het antwoord dat we in Nederland toch verder waren. Toch bleek die harde praktijk ook in Holland wel af en toe de kop op te steken. Zoals gezegd zette met name het betrokken vrouwelijke kamerlid herhaaldelijk vrouwenbelangen in als reden om niet verder te gaan. Haar mannelijke collega was de persoonlijke belichaming van de machteloosheid van de politiek ( het is een illusie te geloven in het primaat van de politiek......sic). Ondertussen werd ook hoe langer hoe meer duidelijk dat ook veel mannelijke politici hun problemen met vaderschapsdiscriminatie en omgangsontzegging liever binnenhouden omdat het nou eenmaal negatieve status oplevert als je als man dit soort “persoonlijke” zaken aan de grote klok hangt. Deze reeds langer bij mij levende visie werd herhaaldelijk door diverse betrokkenen bevestigd.


    Het verbaasde mij dan ook niet dat het oorspronkelijke idee om de conferentie ook in het gebouw van de volksvertegenwoordiging te houden schipbreuk leed.


    Ook opmerkelijk was het opduiken van een merkwaardig zinnetje in de eerste versie van de uitnodigingstekst van de conferentie. Het wegnemen van omgangsonrecht zou met name ook voor vrouwen van belang zijn “al was het alleen maar om huiselijk geweld door mannen te voorkomen”


    Vrouwenbeweging


    Tijdens de conferentie was afgesproken dat de workshop waarin de thema’s zorg en omgangsrecht aan elkaar zouden worden gekoppeld op een andere manier zou alsnog zou plaatsvinden als een rondetafelgesprek in aanwezigheid van Mariette Hamer, het PvdA-kamerlid dat de portefeuille gezinszaken beheert. In de aanloop daarvan zetten de beide inleiders van de workshop, ondergetekende en een vertegenwoordigster van de Vrouwenalliantie (voor herverdeling van zorg en economische zelfstandigheid voor vrouwen) hun uitwerking van een aantal stellingen op papier. Daaruit bleek behalve een grote overeenstemming over de principes van gelijkwaardige zorgverdeling een merkwaardige weerstand van de Vrouwenalliantie tegen de praktische invoering van dit beginsel in de wet.


    Om zich een houding te geven koos de Alliantie ervoor in de aanval te gaan en mij ervan te beschuldigen dat ik ongenuanceerd een persoonlijke opvatting zou rondstrooien dat vrouwen er geen belang bij hebben dat mannen zorgtaken verrichten. In feite had ik juist geschreven dat ze daar per saldo juist wel belang bij hebben, dus dat ze hun eigen belang enigszins misverstaan. Juist deze aanvaring was een schoolvoorbeeld van de weerzin tegen het onder ogen willen zien komen van de werkelijkheid. Een situatie die goed past in Warren Farell’s beschrijving van “Het kanten gordijn”. De Alliantie weigerde door dit alles om mee te doen aan de ronde-tafelbespreking met PvdA-volksvertegenwoordigster Mariette Hamer.


    Gelijkwaardig ouderschap


    De Ronde-tafel-bespreking verliep overigens ook zonder de Alliantie uitstekend. Onze belangrijkste standpunten over herverdeling van zorg kwamen prima over. Mevr. Hamer bleek ook alleszins bereid een en ander onder de aandacht te brengen van van de rest van partijcommissie die bezig was het verkiezingsprogramma te schrijven.

    Dit leidde er uiteindelijk toe dat er een interessante passage werd opgenomen in het verkiezingsprogramma die beloofde gelijkwaardig zorgrecht en zorgplicht van beide ouders beter in de wet vast te leggen. Merkwaardigerwijs was die passage eerst weggevallen uit de tekst van het conceptverkiezingsprogramma. Evenals trouwens het positief preadvies van het partijbestuur bij een amendement dat onbelemmerde toegang van beide ouders tot hun kinderen moest garanderen.


    Op het partijcongres in december werden beide passages uiteindelijk in het verkiezingsprogramma opgenomen met weglating overigens van het woord “onbelemmerd”

    Inmiddels is plaatsing van een belangrijk artikel voor het theoretische blad van de partij na aanvankelijke toezegging wel weer op de helling komen te staan. Inmiddels is wel een kerngroep gevormd van kamerleden, partijfunctionarissen, twee leden van het comite en een bestuurder die met duidelijk enthousiasme verder gaan met het aanpakken van het onderwerp.



    Poldermodel

    De Nederlandse vaderbeweging heeft enige successen geboekt en goed gebruik gemaakt van de mogelijkheden die het typisch Hollandse poldermodel biedt. Het voordeel van het poldermodel is de aandacht voor overleg en diskussie. Het nadeel is de stroperige weerstand tegen verandering doordat dikwijls niet goed gezegd wordt waar het op staat laat staan waar de grenzen moeten worden gelegd. Dit staat bekend als gedoogbeleid (bijv drugsbeleid) dat naast een aantal voordelen ook nadelen kent. Het is bijvoorbeeld erg beroerd gesteld met de naleving van rechterlijke vonnissen, zeker als het gaat om familiezaken. Nog erger is het dat rechters zelf zwaar de hand lichten met de regels die aan ze zijn opgelegd. Het is voor veel buitenlanders bijvoorbeeld onbegrijpelijk dat advocaten of openbare aanklagers tegelijk rechter kunnen zijn, een praktijk die in Nederland ondanks wettelijke bepalingen wordt gedoogd en soms zelfs wettelijk mogelijk is. Omdat het familierechtsbedrijf het toch al moet hebben van zeer willekeurige interpretatie van begrippen als “Het belang van het kind” is de chaos op dit terrein in Nederland extreem.


    Fathering


    De vaderbeweging probeert de Nederlandse politiek niet alleen te bewegen tot luisteren maar ook tot reageren en waar nodig grenzen stellen. Deze houding verzet zich tegen het weke karakter van het beleid, het door de vingers zien van wantoestanden. Je zou kunnen stellen dat het begrip “smothering” (Warren Farell) hier een beleidsmatige kant heeft. Ook op macroniveau ligt hier een kans voor “fathering”; een goede mix van luisteren praten en grenzen stellen.


    De grootste Nederlandse politieke partij bleek hier oren naar te hebben. Vol verwachting kijken we uit naar een nieuwe alliantie van vaders en moeders, van vaderschap en moederschap zonder verloochening van de verworvenheden van het feminisme maar met volledige erkenning van het vaderschap.





    Joep Zander

    Pedagoog en kunstenaar


    https://joepzander.nl



    Joep Zander schrijft regelmatig artikelen over vaderschap en ouderschap voor de Nederlandse pers. In zijn werk als pedagoog en kunstenaar verbindt hij muzische en rationele aspecten mbt vaderschap. Op alle fronten voerde hij een strijd voor het behoud van contact met zijn dochter Rosa. Niet alleen voerde hij procedures tot het Europese hof voor de rechten van de mens, hij hield in 1995 bijvoorbeeld een publieke hongerstaking.

     

    Ook internationaal was hij actief, onder andere als medeopsteller van de verklaring van Langeac. Naast een persoonlijke site (joep.nl.nu) met zijn artikelen ( een deel ook in het Engels vertaald) onderhoud hij een veelbezochte site voor vaders (papa.nl.nu)


    Als kunstenaar maakte hij onder andere de aktiekaart “pappa?” die een rol speelde bij de totstandkoming van de wet van 1998 die het uitgangspunt van gezamenlijke verantwoordelijkheid van ouders na een eeuw afwezigheid terugbracht in de Nederlandse wet.


     

    tegenvoetsporen mail mij zoek op deze site vaders en zorg ik vader klik hier voor dossier publikaties Joep Zander internetkunstdossier van Joep Zanderhomepage Joep Zander
    klik hier! >>
    site joep zander
    Page last Updated http://joepzander.nl/spoorbuurt.htm : Creative Commons License
    Op de meeste teksten en beelden op deze site is een Creative Commons Licentie van toepassing; info