internetkunstdossier van Joep Zander vogels site joep zander

Dit verhaaltje is niet door mijzelf geschreven.

Ik ga jullie een verhaal vertellen. Want ik moet hier wat over kunst vertellen, maar ik weet eigenlijk zelf niet wat dat is. Dus vertel ik maar een verhaal. Misschien komt er wel kunst in voor, je weet maar nooit. Bij dat verhaal heb ik wel wat hulp nodig. Ik heb twee vogels nodig, een slang en een winkeljuffrouw. Dus wie kan er goed een slang nadoen en wie kan er goed fluiten? O ja, een paal heb ik ook nodig, een grote paal, dus misschien kan de juffrouw paal zijn.

Het verhaal gaat over een man. Die man die heet Perro. Perro die was zich aan het vervelen. Kennen jullie dat dat je je verveelt? Vast wel. Dat je dan zo thuis zit en dat je niet weet wat je eens zal gaan doen? Dat je een kast vol met speelgoed hebt en dat je toch niet weet wat je moet gaan doen? Dat het allemaal even stom is en saai. Dat je zin hebt in iets anders maar je weet niet wat? Iets spannends? Nou dat had Perro ook. Hij zat te dromen over\ een ander land, een land waar hij nog nooit geweest was. Hij zat te dromen over hoe het daar zou uitzien. Over de bomen die daar dan zouden zijn. En de mensen. De bergen en de dieren. Misschien zijn daar wel olifanten of walvissen. Of slangen en haaien? Oe dat is wel een eng idee. Maar toen dacht hij: ach wat, slangen en haaien, ik zie wel, weet je wat ik ga er gewoon naar toe. En hij ging op reis naar dat andere land.

Het eerste dat hij deed toen hij daar aankwam was een hoed kopen want het was daar toch warm! Toen ontdekte hij dat de mensen een andere taal spraken. Een hoed bijvoorbeeld heette daar helemaal niet hoed, maar sombrero.Dat was wel eens lastig. Dan wilde hij bijvoorbeeld een brood kopen bij de bakker, maar als hij dan zei mag ik alsjeblieft een gesneden bruin brood dan keek die bakker hem aan zo van waar heb je het over? Dus moest hij eerst leren hoe dat dan heette in die andere taal, een gesneden bruin brood. En ondertussen kreeg hij natuurlijk ontzettende honger. En toen hij het wist en het bij de bakker bestelde, toen zei die bakker maar we hebben hier geen bruin brood. En snijden doen we hier ook nooit. Dat moeten de mensen hier zelf doen. Dus moest hij eerst eens gaan proeven welk van de broden hij lekker vond. Dat vond hij soms wel lastig, dat je niet gewoon kon eten wat je al kende van thuis maar eigenlijk was hij ook wel nieuwsgierig. En ze hadden daar ook geen pindakaas of kaas voor erop. Ze hadden helemaal niets voor erop. Alleen maar uien en rijst. Maar na een tijdje vond hij dat eigenlijk ook wel lekker, hoewel hij toch soms heel erg verlangde naar een boterham met pindakaas .

Toen ging hij rondkijken. Hij liep door de bergen en door de bossen en alles dat hij zag was nieuw. Hij zag bergen zo hoog als hij nog nooit gezien had. Daar woonden beren en bovenop die bergen heel hoog lag sneeuw. Daar was het net weer heel koud. Hij zag hele grote vlinders, zo groot en blauw als hij nog nooit gezien had. Alles dat hij zag was nieuw en het fijne van nieuwe dingen is dat je je dan nooit verveelt. Want elke keer denk je weer: wat zou daar zijn? Wat zou dat zijn? Hoe zou dat smaken? En soms was het wel lastig, zoals met dat brood. En soms was het eng. Een keer zag hij een slang. Die lag zomaar midden op het pad. Hij schrok zich een hoedje. En die hoed die schrok ook. Die viel van schrik van zijn hoofd af, op de grond. Maar toen schrok hij nog harder, want hij lag vlak bij de slang. En zo hard schrok hij dat hij vanzelf weer op Perro's hoofd terecht kwam. Maar gelukkig voor Perro en voor zijn hoed, was die slang nog banger voor hun dan zij voor hem. Snel gleed hij weg tussen de struiken.

Hij liep door de bossen en daar zag hij bomen en planten. Sommige bomen hadden hun wortels boven de grond. En er waren er ook waarvan de stam niet beneden dik was en boven dun, maar andersom. Maar het mooiste vond hij de vogels. Blauwe zag hij en rode. Dat waren papagaaien. En hele kleine, die zo snel met hun vleugels op en neer gingen dat je die vleugels eigenlijk helemaal niet meer kon zien. Dat waren kolibries. En een hele hoop andere waarvan hij de namen niet kende. Gele met witte stippen, of met een hele lange staart, of juist een hele grote snavel, die leek wel een vliegende snavel. Hij werd daar zo opgewonden van, hij dacht ik wou dat ik het iemand kon vertellen. Iemand van thuis. Hij had een vriend die heel erg van vogels hield, wat zou dat leuk zijn als die vriend dat ook zou kunnen zien. He dacht hij, ik maak er een foto van. Hij nam zijn fototoestel en sloop daarmee naar de boom waar de vogel in zat. Want je moet natuurlijk wel heel dichtbij komen, anders kun je straks op die foto die vogel bijna niet zien. Dan zie je alleen maar bomen en een heel klein blauw stipje. Maar toen hij net genoeg dichterbij gekomen was om een mooie foto te maken, vloog de vogel weg. Nou dan probeer ik het bij die andere vogel. Maar ook die vloog weg. En nooit lukte het hem om dichtbij genoeg te komen. Altijd weer vlogen ze weg. Wat jammer nou toch! Teleurgesteld ging hij weer verder.

Maar toen opeens kreeg hij een idee. Hij ging naar de winkel. Wie was er ook alweer winkeljuffrouw? Juist. Geeft u mij alsjeblieft een paar vellen papier en wat krijtjes. O ja, en een rolletje plakband en een schaar. En hij tekende een vogel, zo, met mooie kleuren, knipte hem uit en plakte die vogel op een paal en maakte er een foto van. Ja dat was mooi, nou kon je tenminste goed zien hoe mooi hij was. Heel tevreden stuurde hij zijn vriend de foto op. Wat zou die blij zijn. Hij maakte er zo nog een paar. De volgende dag keek hij ernaar. En toen was hij niet meer zo tevreden. Want hij dacht: ja, die vogel staat er nu wel mooi op, maar ik wil toch ook dat je kan zien dat hier bergen zijn en slangen en zon. En hij ging weer naar de winkel, kocht nog een paar vellen papier en wat krijtjes, ook andere kleuren nu ,maar geen plakband deze keer. En hij maakte weer een vogel, en daarachter tekende hij de bergen en de bomen en een slang, die tekende hij zo, dat hij aan een tak van de boom hing. Dat had hij wel niet zo gezien, maar dat vond hij nog spannender. Ja, zo was het goed en de tekening stuurde hij op naar zijn vriend. En hij maakte toen alleen nog maar tekeningen. Dan kon je gewoon alles precies zo maken als je zelf wilde. Drie vogels op elkaar of drie bergen boven op elkaar. Of een vogel die op zijn kop vliegt. Een met twee snavels of misschien wel een hond met vleugels. En het fototoestel, dat gaf hij aan een een vriendin. Die kende weer iemand die heel erg van stenen hield, dus dan was het wel handig.

Toen na een hele tijd ging Perro weer naar huis terug. En hij vond het thuis weer heel leuk, want het was net of alles er anders uitzag voordat hij wegging. En hij at de eerste twee dagen alleen maar boterhammen met kaas en pindakaas. En de mooiste tekening die hij gemaakt had hing hij aan de muur.Als hij daarnaar keek, dan voelde hij zich weer even als toen hij in dat andere land was. De buurman kwam op bezoek. Wat een mooie tekening is dat, zei die. Kan je voor mij ook zoÕn tekening maken? Dan vul ik voor jou je belastingformulier in, want dat kon hij namelijk heel goed en dat is heel moeilijk. Zo moeilijk dat bijna niemand het kan. Weten jullie wat dat is,belasting? Nee, kun je nagaan, hoe moeilijk dat is. Dus de buurman wilde ook zoÕn tekening aan de muur. Maar zei hij, ik vind vogels wel leuk, maar ik houd eigenlijk toch meer van honden. Maak je hem voor mij dan met een hond? En dan niet in de bergen maar aan zee, maar wel ook met zoÕn mooie ondergaande zon. Nou, zei Perro, dat wil ik wel voor je maken, hoor. En hij maakte een hele mooie tekening voor de buurman, met alles erop wat die gevraagd had. En ook nog een rots in zee, want dan was het net of er toch ook een berg op stond. Maar dat vertelde hij natuurlijk niet aan de buurman. En bij de ondergaande zon maakte hij een paar wolken, die aan een kant door de zon geel en rose beschenen werdeõn want dat vond hij mooi. En van die wolken maakte hij er een in de vorm van een vliegtuig, maar als je goed keek, kon het ook wel een vogel zijn, en een in de vorm van een haai. Die haai had hij namelijk niet gezien toen hij op reis was, dat vond hij wel jammer, dus maakte hij hem gewoon op de tekening voor de buurman. En de hond maakte hij zo, dat hij een beetje op de buurman leek, dan vond hij de tekening vast nog mooier.

De buurman vond de tekening heel mooi. Vooral die hond vind ik heel mooi, zei hij. En dat schip. Schip? zei Perro, want hij had toch geen schip getekend? Ja daarzo, als je goed kijkt zie je daar een schip dat schuin uit de golven omhoog steekt, en als je heel goed kijkt zie je zelfs de kajuit waar de kapitein altijd staat,

achter het stuur. O ja, zei Perro, want hij zag het nu ook, dat is waar ook, dat was ik vergeten, dat ik dat schip getekend had en hij vertelde niet aan de buurman dat hij daar eigenlijk een rots in zee getekend had, want dacht hij, als hij er een schip in ziet dan is het dat ook. En die ene wolk vind ik ook prachtig, zei de buurman, die lijkt op een boze beer.

En omdat hij de tekening zo mooi vond maakte de buurman er een gouden randje langs en hij beloofde Perro dat hij voor hem het belastingformulier zou invullen, niet een keer, maar altijd.

En toen kwamen er ook andere mensen naar Perro toe, die ook een tekening wilden. De een met olifanten de ander met alleen maar bomen erop. Of met een boot met een meisje met blonde haren, die de kapitein is. En de mensen zeiden datà hij een kunstenaar was.

Perro kreeg het heel druk. Maar hij ging toch elke dag een wandelingetje maken. En op een dag liep hij zo te wandelen, vlak langs de rivier, toen...hij iets zachts voelde onder zijn voeten. He wat is dat, dacht hij. Hij zag dat waar hij zijn schoen gezet had, dat daar nu een kuil was precies in de vorm van zijn schoen. Het was klei. Hij ging er met zijn vinger in zitten duwen, he dat is lekker! Daar kun je allerlei vormpjes mee maken. Hij nam een handvol mee en thuisgekomen maakte hij er een berglandschapje van, zo met kloven en ravijnen en een goede stevige onderkant, waar het landschap op staat. Met een meer ervoor en een huisje aan de achterkant. s'Avonds liet hij er een lampje op schijnen en dan was het net de zon die erop scheen. Op de berg en op het meer. Maar waar een kloof was was het dan toch donker, behalve wanneer hij het lampje draaide, en bovenop, op de top, scheen de zon altijd. En, als hij de berg omdraaide, scheen de zon op het huisje.

tegenvoetsporen mail mij zoek op deze site vaders en zorg ik vader klik hier voor dossier publikaties Joep Zander internetkunstdossier van Joep Zander positieve linken homepage Joep Zander
klik hier! >>
site joep zander
Last Updated http://joepzander.nl/vogels.htm : zie ook de andere pagina's Logo Beeldrecht