persoonlijke site Joep Zander

HET NIET UITVOEREN VAN HET OMGANGSRECHT IN NEDERLAND

Opstel voor politici
Joep Zander 1994






Inleiding;

Het recht op omgang tussen een kind en zijn ouders is vastgelegd in de Europese conventie voor de rechten van de mens artikel 8 (het recht op gezinsleven). Onder druk van het Europese hof is dit recht in 1990 ook vastgelegd in de Nederlandse wet (B.W. 1 art 161a).

Nederland was toen een van de twee landen in de EG waar een dergelijke aanpassing nog moest worden ingevoerd.

In november 1995 werd artikel 166a vervangen door artikel 377. Over omgang stond daar in wezen hetzelfde in. Wel kwam er informatieplicht (De gezagsouder moet de andere ouder informeren met betrekking tot de belangrijkste aangelegenheden rondom het kind) en consultatie plicht ( De andere ouder moet gekonsulteerd worden bij belangrijke beslissingen betreffende het kind) bij.

Daarnaast werd de nu ook in de wet de mogelijkheid van gezamenlijk gezag vermeld.

Artikel 377a kent een aantal uitzonderingsbepalingen. Aan de hand daarvan kan iedere rech ter onder het mom van het zwaarwegende belang van het kind omgang afwijzen.Het belang van dat kind is een niet goed te duiden grootheid waar blijkbaar erg veel onder valt.

Dikwijls worden ook rust voor de moeder en rust voor de Raad voor de Kinderbescherming eronder begrepen. Dit onder het mom van rust voor het kind.

De juridische kontekst.

Na het beëindigen van de status van gezamenlijk ouderlijke gezag ( onder huwelijk of anderszins) wordt in Nederland een van de ouders bekleed met het gezag. De ander krijgt niets. Met betrekking tot de zorg en opvoeding van de kinderen is de wettige status van de andere ouder zeer miniem en in de juridiese praktijk nihil. Dit gaat zelfs zover dat gegronde redenen tot twijfel over de opvoedingsomstandigheden (mishandeling, ook fysieke door de gezagsouder ) door de andere ouder niet serieus aanhangig kunnen worden gemaakt.

De toewijzing van het gezag gebeurt voornamelijk op grond van de op het moment van de rechtszitting bestaande "status quo". Dat wil zeggen dat de ouder die op dat moment het grootste deel van de zorg voor de kinderen heeft, het gezag krijgt. Een en ander onafhankelijk van de manier waarop die "status quo" is verkregen. Dit betekent dat onttrekking (binnen maar ook buiten de wet) van de kinderen door de ene ouder van de andere wordt beloond. Ook in gevallen waar de andere ouder aanvankelijk het grootste deel van de opvoeding en verzorging deed kan zo toch de situatie ontstaan dat deze niet de voogdij krijgt, en ergo bij tegenwerking ook geen omgang meer heeft met zijn (haar) kinderen.

Er staan een aantal bepalingen in het burgelijk wetboek die hierbij de positie van de moeder versterken.

De sociaal/maatschappelijke kontekst;

rolpatroon.

In het rollenpatroon tussen mannen en vrouwen hebben vrouwen van oudsher de zwakste positie ten aanzien van het sociaal-ekonomiese. Zij hebben echter de sterkste positie waar het betreft de zorg voor de kinderen. Het wordt dan ook maatschappelijk als meer onaanvaardbaar gezien dat een moeder haar kinderen niet ziet, dan als een vader zijn kinderen niet ziet.

Het mag duidelijk zijn dat het doorbreken van het rollenpatroon niet gediend is met het behouden van een, zogenaamde biologisch bepaalde, traditie. Deze zou er grofweg op neer komen dat de kinderen nu eenmaal uit de buik van de moeder komen en daar dus bij horen. De man resteert dan een rol als zaaddonor, die bij een jonger lid van de andere sekse nog tot ver in zijn oudere jaren kinderen kan verwekken.

Van de ene kant vraagt de vrouwenbeweging om meer betrokkenheid van vaders bij de opvoeding; van de andere kant houdt zij star vast aan het primaat van de moeder en bestaat er zelfs in de extremere vleugels de neiging om de man slechts te zien als potentiële verkrachter.

In het dagelijkse discours over kinderen wordt ook door vrouwen de vanzelfsprekendheid van dit primaat aangehouden. Termen als "Moeders in de bijstand" en Moeders willen meer kinderopvang( soms wordt kinderopvang notabene gebruikt om kinderen aan de andere ouder te onttrekken) gaan voorbij aan de mogelijkheid dat ook vaders in die rol kunnen zitten. Dat hier begrip voor valt op te brengen neemt niet weg dat het gebruik van dit soort vanzelfsprekendheden niet leidt tot een groter animo van de man om voor de kinderen te zorgen(1). Er zijn veel voorbeelden te vinden van harde vaderschapsdiscriminatie. Ik noem er enkele.

- Op de formulieren van de rechtbank wordt geen rekening gehouden met de mogelijkheid dat vaders de voogdij krijgen.

- Er zijn externe deskundigen die beweren dat luiers verschonen typies een taak voor moeders is, dat vaders zich daar niet mee in moeten laten.

- Er zijn ook deskundigen van de raaden voor kinderbescherming die vinden dat vaders voor jonge kinderen geen of weinig betekenis hebben.

- Bij beoordeling naamswijziging telt de verzorging van de vader alleen mee als hij samenwoont met de moeder.

- Parttime werken werkt voor vaders kontra het verlrijgen van verzorgingsrecht.

- Het biologies vaderschap wordt in allerlei nota's gebanaliseerd , ook door de emancipatieraad, terwijl het biologisch moederschap wordt opgehemeld. Het juridisch moederschap zou achterlopen omdat vaders kinderen kunnen erkennen en moeders niet. Dit erkennen is echter een macht van de moeder die dit al dan niet kan toestaan.

-Er zijn geen voorzieningen voor verzorgende vaders tegenover een overmaat voor verzorgende moeders.(Blijf van mijn lijfhuizen e.d.)

De vele speciale voorzieningen die er zijn voor moeders met kinderen zijn afgesloten naar vaders met kinderen. Een vaderlijke pedant bestaat nog steeds niet; ergo verzoeken om hulpverlening in die sfeer worden door de Nederlandse staat afgewezen.

-Enz



De uitvoering van het familierecht in Nederland.

Het uitvoeren van het omgangsrecht wordt gefrustreerd door het veelvuldig misbruiken van de uitzonderingsbepalingen. De ouder die de macht heeft is immers volstrekt eenzijdig in staat om een zodanig konflikt te genereren dat alleen al vanwege het bestaan van het konflikt een beroep kan worden gedaan op de uitzonderingsbepalingen . De Nederlandse rechter interesseert het niets wat aan de basis van het konflikt ligt. Dit leidt tot een situatie waarbij konflikten worden bevorderd door de jurisprudentie. Een en ander heeft tot gevolg dat sinds de invoering van de wetswijzigingen van 1990 er in de praktijk alleen maar minder recht op omgang is, en ergo deze praktijk bestaat dankzij de door deze wetswijziging opgeroepen "noodzakelijkheid" van konflikten(2)(3) Het familierecht biedt inmiddels zo weinig redelijke aangrijpingspunten om tot oplossing van de vele konflikten over kinderen te komen, dat dit leidt tot de meest idiote chicanes. De fout van de ene ouder (onttrekken van de kinderen aan de ander) wordt geprojekteerd op de andere ouder (hij zou aan zijn kinderen staan te trekken, terwijl hij alleen maar weerstand levert, er zich aan stoort dat hij\zij de kinderen niet ziet). Idiote stellingen als "vader zingt liedjes met zijn kind en rijdt op een bakfiets om in zijn eigen behoeftes te voorzien zich als progressieve vader te profileren" gedaan door Raden van kinderbescherming en overgenomen door kinderrechters leiden tot wanhoop.

Daarnaast wordt nog steeds ijverig misbruik gemaakt van andere bestaande vooroordelen over vaders .( generalisaties als; ze zijn agressief, zoeken konflikten, ze drinken, ze plegen incest). Deze verschijnen in familierechtprocedures zonder enig deugdelijk onderzoek.

Alleen het innemen van een onredelijk standpunt, en het als eerste aangaan van een konflikt over kinderen leidt in dit soort situaties tot winst ( dit wordt ook wel betiteld als oorlogsrecht).

Het niveau van werken van de raden van kinderbescherming wordt algemeen maatschappelijk gezien als onder de maat. De klachtprocedures funktioneren niet en extern deskundigen frauderen systematisch op verzoek van de Raden.

Daarnaast komt dat voogdijhebbende ouders die konflikten zoeken in staat worden gesteld te procederen over dingen als " publikatieverbod" en "straatverbod om de ander ouder uit de buurt te houden" (van origine toch een zwaar strafrechtelijk middel), nauwelijks het risico van kostenveroordeling lopen. Dit terwijl ouders die hun kind niet zien en een dwangsom eisen om een wettig vastgestelde regeling uitvoerbaar te krijgen, het risico lopen in de kosten te worden veroordeeld(4).

In de praktijk worden dwangmaatregelen alleen genomen als er nog een zweem van toegevendheid is bij de voogdijhebbende ouder. Een voogdes die omgang blokkeert heeft daar meestal succes mee ook al omdat ze de gelegenheid wordt geboden gezien de trage rechtsgang om uitvoerig het kind geestelijk van de andere ouder "los" te scheuren.(5) Het mag duidelijk zijn dat dit in de regel slechts aan de oppervlakte lukt en in wezen tot zware diepingrijpende geestelijke beschadiging van het kind leidt. Dit wordt niet alleen veroorzaakt door het genmis van de vader, maar ook door het traumatische van de breuk met een van de meest vertrouwde personen van het kind.



De gevolgen.

Ongeveer 50% van de kinderen ziet na een echtscheiding op den duur een van de ouders niet meer.(6) Het ministerie van justitie gaat zeer behoedzaam met dit soort gegevens om. Ik ken een kamerlid dat enige moeite deed dit soort cijfers van het ministerie te verkrijgen, maar voor het eerst van mij het bestaan van dit soort cijfers hoorde.

Veel ouders, vooral vaders voelen zich miskend in hun opvoedingsverantwoordelijkheid. Kinderen en ouders gaan geestelijk en lichamelijk ten onder. Klosinsky(7) vindt dat er sprake is van psychische kindermishandeling als er sprake is van;

a. Bewust bij het kind angst en schuldgevoelens oproepen om partij te moeten kiezen.

b. Het kind al- dan niet bewust in de strijd inzetten bijvoorbeeld als spion of boodschapper.

c. De andere ouder fysiek mishandelen in aanwezigheid van het kind.

Ook volgens veel andere deskundigen is er sprake van geestelijke mishandeling(8)(9)

De situatie die per extremo geldt voor scheidingssituaties heeft ook zijn gevolgen voor opvoedingssituaties die op het oog niet in de konfliktsfeer zitten.

Dat geldt dan uiteraard ook voor scheidingssituaties die op het oog níet leiden tot konflikten over kinderen. In veel gevallen ontloopt de vader bijvoorbeeld het mogelijke konflikt door zich direkt geheel te distancieren van zijn kinderen. En dat is dan een situatie (kring rond) die uitermate goed past in het bestaande rollenpatroon.

In het algemeen heeft de situatie in het familierecht ook gevolgen voor het algemene gevoel van rechtszekerheid.



De oplossingen.

Een van de belangrijkste zaken die moeten wijzigen is het beeindigen van de mogelijkheid zoals voorzien in de Nederlandse wet om het ouderlijk gezag van een van de ouders op te heffen in verband met scheiding. Nederland verkeert wat betreft dit punt op een bijna geisoleerde positie in Europa. Als je bijvoorbeeld naar Denemarken kijkt zie je dat handhaving van het gezamenlijk gezag gekombineerd met een goed, minder juridisch georganiseerd scheidingsproces, slechts 6 %gaat naar de rechter(10) , tot veel bevredigendere situaties leidt voor de betrokken kinderen. In Denemarken maar ook in andere Skandinavische landen ligt hierdoor het percentage gezamenlijk zorg aanzienlijk hoger (35-70%), dan in Nederland of Duitsland

Veel deskundigen ( prof. Hoefnagels, Mr. Prinsen, Prof. Crombach) hebben voor Nederland een skala aan oplossingen aangedragen. Deze zal ik op deze plek niet allemaal herhalen. De weg naar de oplossing is een veelkoppige.

Een daarvan is een beroep op de Europese wetgeving en het Europees hof. Dit bij gebrek aan voortvarendheid van de nederlandse wetgever en om reden van het niet tot praktiese uitvoering brengen van de aanwijzingen van het Europese Hof.

Gezien het voorafgaande zou daarbij; naast art. 8 ook een beroep kunnen worden gedaan op het verbod op sexediskriminatie ten nadele van de man.

Daarnaast kan aanhangig worden gemaakt of kinderen in Nederland wel effektief tegen geestelijk misbruik en mishandeling worden beschermd.

Op dit moment, voorjaar 1996, is door advokaat Peter Prinsen namens mij een procedure gestart bij de Europesche commissie voor de rechten van de mens. Hierin beklagen wij ons zowel over het niet handhaven van het omgangsrecht alswel over het ontzeggen van omgang.



1. 1 Hoe belangrijk de vrouw is voor participatie blijkt ook uit de onderzoekingen van N. Radin (1981,1982) "The major correlates of the fathers heavy involvement in childcare were the mothers feelings about her own father and her perceptions of his role in her upbringing". Vincent Duindam Utrecht 1991 blz 177

2. 2 Bavinck(adjunktdirekteur Raad Oost ): "Omgangsrecht is een breed maatschappelijk probleem , leeft op een heleboel nivo's, natuurlijk bij de gewone mensen, niet alleen bij ons, maar ook in de politiek en men is zich ervan bewust dat het huidige rechtssysteem dat dat elementen in zich heeft, en dan heb ik het over het burgelijk recht , maar ook in het procesrecht, elementen in zich heeft die als het ware verstorend werkt; die dus de strijd tussen echtgenoten bevordert. Nou wat je zou kunnen doen is om te proberen die elementen uit de strijd, die zoals Hoefnagels dat heeft genoemd als oorlogsrecht, eruit te halen..." Radio Oost 1995

3. 3 "Es wird ein Kampfpodium aufgestellt. Es zwingt Eltern, um das sorgerecht zu kämpfen. Also kämpfen die Leute." Dr Hendrik Andrup in Väter ohne kinder. Andreas Schmidt 1993 blz 38

4. 4 Overigens maakt een recente beschikking van de Hoge raad dat inmiddels weer een stuk moeilijker. NJ 96-163

5. 5 Hiervoor heeft onlangs iemand het begrip "loyaliteitsmisbruik" uitgevonden

6. 6 Dit is een extrapolatie van het cijfer van 40% dat naar voren komt uit een onderzoek van Griffiths en Hekman Groningen 1985. Daar waren buitenhuwelijkse kinderen niet bij betrokken. Dit en de tijdsfaktor leiden tot een schatting van 50%.

7. 7Klosinsky 1993

8. 8 "Als je kinderen geen hoop geeft op de toekomst, snijd je in wezen de zuurstof af. Misschien is wel het allerbelangrijkste dat een kind de vrijheid krijgt van beide ouders te houden. Als daar een verbod op ligt, wordt het basisvertrouwen van het kind in zichzelf en in de relaties - de intieme relaties èn de relaties in de buitenwereld - systematisch vernietigd. (...)

[Weliswaar] kan je partner je ex worden. Maar je vader kan nooit je ex-vader worden. Dus blameer de vader van je kind niet, maar geef hem een plek. (...) Geef je je kind niet de vrijheid van de andere ouder te houden, dan blijft het daar een leven lang mee tobben. Ik vind dat kindermishandeling, zo sterk wil ik dat stellen. (...) Al is het maar een minimale verbinding die je legt, als je kind maar een draadje heeft om vast te houden. Kinderen hebben een elastieken trouw."

Else-Marie van den Eerenbeemt in Libelle week 43 oktober 1995 pagina 18

9. 9 "Hier zahlt das Kind den tribut für eine Mutter, die unfähig ist, ihre Eigenproblematik, ihre Wünsche nach bedingingsloser Abgrenzung zum EX-Partner vom kind getrennt zu halten. Das kind wird dieser Unfähigkeit geopfert.

Wenn wir wirklich ernst machen wollen mit der Verfassung, die ja nicht Mütter in ihren psychologisch vielleicht verstehbaren 'Beschränkungen' und Ängsten schutzt, sondern die bedürfnisse und Rechte von Kindern, dann muss der Staatalles denkbare unternehmen, um diesen seelischen missbrauch von kindern zu verhindern. Wenn es der Staat nicht tut, tut es keiner." Prof. Dr. Uwe-Jörg Jopt in Väter ohne kinder. Andreas Schmidt 1993

10. 10 Väter ohne kinder. Andreas Schmidt 1993 blz 37


tegenvoetsporen mail mij zoek op deze site vaders en zorg internetkunstdossier van Joep Zanderhomepage Joep Zander
klik hier! >>
site joep zander

Last Updated http://joepzander.nl/opstel1.htm : zie ook de andere pagina's
Logo Beeldrecht